Brief aan Arie Slob van Jogchum Kooi

4 februari 2019

Geachte minister Slob,

“Minister niet blij met spijbelen voor het klimaat”. Dat was één van de openingszinnen van het 18 uur journaal op donderdag 31 januari j.l. Iets verderop in het journaal hoorde ik u het volgende zeggen:

“We hebben regels in ons land dat leerlingen ook gewoon aan de leerplicht moeten voldoen, dat ze naar school moeten. Daar houden wij de leerlingen ook aan. Daar houden wij de scholen ook aan. Maar nogmaals het is heel fijn als zij een grote betrokkenheid hebben bij dit onderwerp en dat dat verder gestimuleerd wordt ook door er in het onderwijs aandacht aan te besteden dat is denk ik ook heel erg mooi. Maar onderwijs is onderwijs en spijbelen daar gaan we geen ruimte voor bieden”.

Zelf heb ik een leeftijd dat ik geen onderwijs meer volg. Regelmatig sta ik op Het Plein bij de ingang van de Tweede Kamer, samen met andere ouderen, een groep die zich “Grootouders voor het Klimaat” noemt. Wij staan daar niet omdat we het leuk vinden. Wij staan daar om de belangen te behartigen van de kinderen die net als wij, hebben vastgesteld dat de overheid niet aan zijn verplichtingen voldoet. Zij gaan spijbelen, iets wat niet mag. Onze overheid neemt niet de noodzakelijke maatregelen, iets wat ook niet mag.

Ik zou het fijn vinden als u in het openbaar ook de huidige regering toespreekt door haar op verantwoordelijkheden te wijzen, zodat ze horen dat het u menens is. Dat u het niet alleen fijn vindt “dat de leerlingen betrokken zijn bij het onderwerp” maar dat de regering “die betrokkenheid” ook erkent en met hoge prioriteit aan het onderwerp gaat werken.

Wij, “grootoudersvoorhetklimaat”, hebben die betrokkenheid nog niet gezien. Wij zien een overheid die na de Urgenda rechtzaak in 2015 zijn hakken in het zand zette en in hoger beroep ging. Wij zien een overheid die in de uitspraak in Hoger Beroep een stevige reprimande kreeg van de rechter omdat zij vond dat de overheid zijn werk niet had gedaan. Wij zien een overheid die een paar weken geleden tegen die uitspraak in cassatie ging. Zo overtuigd u niet de leerlingen. Begrijpt u dat ze hier geen genoegen mee nemen, dat ze zich zorgen maken over hun toekomst, dat ze u dat duidelijk willen maken en dat ze daarom besloten in actie te komen? Zij vinden hun toekomst ongetwijfeld belangrijker dan iets wat (uw woorden) niet mag, een dag spijbelen.

Ik denk dat de grootoudersvoorhetklimaat dat ook vinden.

N.B. U gebruikt het woord spijbelen. Dat mag niet. Misschien gaan de scholieren staken. Dat mag wel werd mij verteld.

Ik ben benieuwd naar uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Jogchum Kooi

Reactie op brief

Kenmerk: 111164

Geachte heer Kooi,

Via Informatie Rijksoverheid heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap uw e-mail van 6 februari ontvangen. Daarin reageert u op
het standpunt van minister Slob over de klimaatdemonstratie die op
donderdag 7 februari heeft plaatsgevonden. Omdat hierover veel reacties
zijn binnengekomen, kan de minister helaas niet persoonlijk op al deze
berichten ingaan. Op zijn verzoek reageer ik daarom op uw e-mail.

Maatschappelijke betrokkenheid van jongeren een goede zaak

Allereerst wil ik u namens de minister hartelijk bedanken voor uw
betrokkenheid bij jongeren en hun toekomst. Verder vindt de minister
het, net als u, een goede zaak dat jongeren betrokken zijn bij
belangrijke maatschappelijke thema’s, zoals het klimaat. Scholen spelen
een belangrijke rol bij de ontwikkeling van deze betrokkenheid. Ze
moeten hier dan ook aandacht aan besteden, onder meer in het kader van
het zogenoemde burgerschapsonderwijs [1].

Leerplichtige leerlingen mogen niet spijbelen

Maatschappelijke betrokkenheid betekent echter niet dat leerplichtige
leerlingen mogen spijbelen om aan demonstraties mee te doen. Scholen
kunnen, in verband met de vrijheid van onderwijs, ervoor kiezen om
discussies over bijvoorbeeld het klimaat op te nemen in hun
onderwijsprogramma. En leerlingen kunnen buiten schooltijd van zich
laten horen.

_ _

Scholen bepalen zelf hoe te handelen bij spijbelen

Het is aan de scholen zelf om te beoordelen of kinderen spijbelen. Als
een leerling te vaak ongeoorloofd afwezig is (meer dan zestien uur in
vier weken), dan moeten scholen dit melden bij de leerplichtambtenaar.
Is er sprake van minder verzuim, dan beslissen scholen zelf of zij de
leerplichtambtenaar willen betrekken.

Ik ga ervan uit dat ik het standpunt van minister Slob hiermee voldoende
heb toegelicht, en dank u nogmaals voor uw betrokkenheid bij dit
belangrijke thema.

Met vriendelijke groet,

Henri van Faassen

Directeur Bestuursondersteuning en Advies

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Links:
——
[1] http://burgerschapindeschool.nl/de-burgerschapsopdracht-wat-moet-en-wat-kan

urgendaBrief aan Arie Slob van Jogchum Kooi